Irene's Pedigree

 

Gezondheid van de Bearded Collie


De laatste tijd is er door de media veel aandacht besteed aan de ongezonde hond en hoe dit te voorkomen. De Bearded Collie is één van de gezondste hondenrassen die er bestaan, maar kan door een aantal factoren ook te maken krijgen met ziektebeelden die de kwaliteit van leven negatief kunnen beïnvloeden. Hoewel ik er vanuit ga dat iedere integere fokker het beste met zijn honden en het ras voor heeft en alles in het werk stelt om ziektes te voorkomen, kan het gebeuren dat er zich een ziekte/aandoening openbaart, temeer omdat we te maken hebben met levende wezens.

Soms speelt erfelijkheid een rol, soms omgevingsfactoren of een combinatie van die twee. Van sommige ziektes kan het gen wat verantwoordelijk is voor deze ziektes bij onderzoek aangetoond worden, maar bij veel ziektes is dit nog niet het geval. Zeker is dat inteelt een grote invloed heeft op het ontstaan van ziektes; het maken van oudercombinaties met weinig tot geen gemeenschappelijke voorouders (in elk geval in de eerste 3 tot 5 generaties) is dan ook zeer aan te bevelen. Hieronder wil ik een aantal ziektebeelden beschrijven variërend van ziektes aan het bewegingsapparaat alsook de groep “auto-immuunziektes”. Auto-immuunziektes zijn in eerste instantie niet aan de buitenkant zichtbaar en openbaren zich in de latere levensfases al dan niet getriggerd door één of meerdere externe factoren. Voor de volledigheid wil ik ook de ziektes noemen die wel eens beschreven zijn bij Bearded Collies, maar die ook bij andere hondenrassen kunnen voorkomen.

Ziektes aan het bewegingsapparaat

  • Heupdysplasie (HD)

Heupdysplasie is een gedeeltelijk erfelijke heupafwijking, waarbij de dijbeenkoppen vaak los in de heupkom liggen en er artrose optreedt. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige  misvormingen  van de heupgewrichten, die daarvan geen last lijken te hebben. De hinder ontstaat meestal rond de leeftijd van zo'n 8 maanden maar kan al evengoed ontstaan vanaf 3 maanden oud. De symptomen verergeren steeds tot op het moment dat de hond niet meer recht kan lopen. De periode tussen de diagnose en het niet meer recht kunnen is erg variabel (van maanden tot jaren). HD wordt meestal veroorzaakt door een combinatie van erfelijke aanleg en externe factoren en is voor ongeveer 30% een erfelijk bepaalde afwijking van één of beide heupgewrichten. Niet alle pups van ouders met HD krijgen echter de aandoening en het HD vrij zijn van ouderdieren is geen volledige garantie dat de jonge hond klachtenvrij blijft.

Naast de erfelijke aanleg hebben voeding en beweging een grote invloed op het ontstaan van HD-klachten. Overmatige belasting door een teveel aan lichaamsbeweging, traplopen en springen en een te snelle groei kunnen een nadelige invloed hebben op de ontwikkeling van de heupgewrichten. Het komt meer voor bij de middelgrote tot grote hondenrassen. Voedingssupplementen en voeding kunnen de HD vorming positief maar ook negatief beïnvloeden.

Een huisdier dat geen aanleg heeft, kan een misvormde heup krijgen door externe factoren. Daarentegen kan een huisdier dat wel aanleg heeft, positief door externe factoren worden beïnvloed, waardoor minder misvorming zal ontstaan.Ondanks deze gedeeltelijke erfelijkheid is het bij veel rassen verplicht de fokhonden te laten onderzoeken op HD. De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.

HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen directe betekenis kan worden toegekend.

De aanduiding HD C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima forma).

Bij de beoordeling van HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten. Bij de Bearded Collie mag worden gefokt met de combinaties A&A en A&B.

n Frankrijk test men de beide heupen apart, waardoor er gefokt mag worden met HD A/A, HD A/B en HD B/B heupen. 


  •  Elleboog Dysplasie (ED)


Een van de meest voorkomende orthopedische problemen bij de grote hondenrassen op dit moment is elleboog-dysplasie. Dit is een groeistoornis van het ellebooggewricht, welke op jonge leeftijd voorkomt en chronische kreupelheid kan veroorzaken.


Elleboog dysplasie is een algemene term die eigenlijk vier aandoeningen omvat:


- Osteochondrosis Dissecans (OCD) = aantasting kraakbeen in gewricht


- Los Processus Coronoideus (LPC)  = breken coronoideus door overbelasting


- Los Processus Anconeus (LPA) = breken Anconeus door overbelasting


- Incongruentie = niet passend gewricht


Bij de Beardie is een ED onderzoek niet verplicht, omdat het maar zelden voorkomt. Er wordt aangeraden alleen met ED vrije honden te fokken. 


Oogafwijkingen


In Nederland kun je een erkend oogonderzoek laten doen bij enkele dieren artsen aangesloten bij ECVO. Deze uitslag is maximaal een jaar geldig. Oogafwijkingen komen bij de Beardie weinig voor en het onderzoek is niet verplicht.

Alleen cataract komt nog wel eens voor. Veel dekreu-eigenaren laten het onderzoek wel doen, omdat het in enkele landen voor herdershonden wel verplicht is.


Auto-immuunziektes


  • Ziekte van Addison


De ziekte van Addison ontstaat door een onvoldoende werking van de bijnierschors. Dit wordt wetenschappelijk aangeduid met de term `hypoadrenocorticisme'.

De bijnierschors maakt twee soorten corticosteroïden (hormonen). Bij de ziekte van Addison is er een tekort aan beide soorten corticosteroïden.Het tekort aan mineralocorticosteroïden veroorzaakt een verschuiving van de electrolytenbalans in het bloed (daarom is er bij dieren met de ziekte van Addison een tekort aan Natrium en een teveel aan Kalium.

Het tekort aan natrium leidt tot vochtverlies en een daling van de bloeddruk. De overmaat aan kalium heeft een vertraagde hartslag tot gevolg.

Tel deze effecten bij elkaar op en we zien een dier met een slechte circulatie met alle gevolgen van dien. Het tekort aan glucocorticosteroïden veroorzaakt algehele malaise en een suikertekort in het bloed. Alles bij elkaar voldoende om je als hond heel ziek en slap te voelen!

Diagnose

De diagnose is pas zeker na het uitvoeren van een zogenaamde ACTH-stimulatietest. Hierbij meet men de uitgangswaarde van de cortisolspiegel in het bloed, waarna een hormoon (AdrenoCorticoTroopHormoon of ACTH) die normaliter de bijnierschors stimuleert tot het maken van cortisol wordt gegeven. Een uur later neemt men nogmaals bloed af en er wordt nogmaals een cortisolspiegel bepaald. Aan de hand van de uitgangswaarde en de reactie op de hormooninjectie kunnen we dan zien of de bijnierschors voldoende werkt. Bij deze test kun je echter niet zien of de hond drager is of het later zelf zal ontwikkelen. Je meet een momentopname.


Therapie

De behandeling is een levenslange toediening van de glucocorticosteroïden en de mineralocorticosteroïden die het dier tekort komt. De behandeling van een zogenaamde `Addison-crisis', waarbij de hond een echte collaps heeft bestaat uit het toedienen van intraveneuze infusen en corticosteroïden door de dierenarts. Een dergelijke collaps is een spoedgeval, het is namelijk een levensbedreigende situatie. De prognose is goed, in de meeste gevallen reageren de dieren heel goed op de behandeling en kunnen ze een normaal leven leiden. Stressvolle situaties moeten echter vermeden worden, aangezien het lichaam zich niet aan kan passen aan de stijgende behoefte stresshormonen.


  •  SLO – Symmetric Lupoid Onychodystrophy


SLO (absoluut niet te verwarren met SLE) staat voor Symmetric Lupoid Onychodystrophy. Vrij vertaald: Symmetrische, op Lupus lijkende, Nagelmisvorming. SLO is een auto-immuunziekte die erg weinig voorkomt, maar duidelijk vaker bij windhonden en Bearded Collies.

Symptomen:

- (plotseling) verlies van nagels (niet beperkt tot 1 voet)

- likken van de nagels

- viezigheid bij de aanzet van de nagels

- loslaten van de nagel en het 'leven'

- mank lopen

- infecties aan de nagels

- vies ruiken van de nagels/tenen.


Zoals bij alle aandoeningen hoeft een hond niet alle symptomen te hebben, maar wat in alle gevallen geldt: er zijn geen *andere* klachten. De hond is verder dus gewoon kerngezond.

Gelukkig zijn er medicijnen, hoewel er niet één bepaalde combinatie is die bij alle honden werkt. Het is dus experimenteren geblazen. In lichte gevallen en wanneer je er vroeg bij bent, kan een hele hoge dosis goede vetzuren al uitkomst bieden. Aanbevolen dosis is 180 mg eicosapentaeenzuur (EPA) per vijf kilo hond. Als EPA niet werkt is een mogelijke volgende stap een combinatie van tetracycline en niacinamide (500 mg elke 8 uur voor een grote hond). Deze combinatie geeft hele goede resultaten bij het merendeel van de 'ernstige' gevallen.

Helpt dat ook niet, dan kan daar bovenop pentoxiphylline gegeven worden en in het ergste geval prednison.

Bij niet behandelen verliezen honden uiteindelijk meestal alle nagels. Soms helemaal, soms alleen het harde gedeelte zodat het 'leven' blijft zitten. Er komen vaak zwakke, broze nagels terug die na verloop van tijd ook weer uitvallen.

Bij de Bearded Collie komen auto-immuunziektes vaker voor dan gemiddeld. Erfelijkheid van SLO is nog niet aangetoond, maar wel verwacht.


Lijst van ziektes die kunnen voorkomen bij de Bearded Collie


- Addison’s disease / hypoadrenocorticisme  4.1%


- symmetrical lupoid onychodystrophy SLO  3.5%


- inflammatory bowel disease IBD  1.4%


- auto-immuun hemolytische anemie AIHA  1.3%


- systemic lupus erythematosus SLE  1.0%

 

- Radius curvus syndroom

 

- immune-mediated thrombocytopenia ITP  0.9%


- rheumatische arthritis / immune polyarthritis  0.8%


- pemphigus


- discoid lupus erythematosus


- myositis


- lever / milt/ hemangiosarcoom  1.4%


- nasaal / huidkanker 1.1%


- mammatumoren 0.6%


- maagkanker 0.5%


- botkanker 0.4%


 - umbilical hernia / navelbreuk  3.5%


- heupdysplasie (niet perse klinisch)  3.2%


- cataract  2.0%


- voedsel intolerantie  2.0%


- agressie  1.7%


- atopie 1.7%


- vlooienallergie  1.6%


- angst, anders  1.5%


- depigmentatie  1.4%


- nagel problemen, andere  1.4%


 Minder frequente problemen / frequentie onbekend:


- Overbeet / onderbeet / overige gebitsfouten


- cryptorchidie/monorchidie


- haarverlies


- ent-reactie op vaccinatie


- pyometra


- nierfalen


- hotspots


- hyperactiviteit


- Cushing’s disease, hyperadrenocorticism


- epilepsie


- diabetes mellitus


Niet vermeld, doch voorkomend:


- hartfalen / hartstilstand


- patent ductus arteriosus PDA


- persisterende rechter aortaboog


- diabetes insipidus


- exocrine pancreasinsufficiëntie EPI


- membrana pupillaris persistens MPP


- meningitis (autoimmune)


- osteochondrosis dissecans OCD

 

Overgevoeligheid medicijnen


Al 20 jaar is bekend dat Collies overgevoelig zijn voor bepaalde geneesmiddelen. Dit werd voor het eerst ontdekt na het toedienen van “ïvermectine” bestrijdingsmiddel tegen wormen en parasieten. Een deel van de Beardeds krijgt hier last van een ander gedeelte niet.

Bearded Collies die gevoelig zijn kunnen last krijgen van allerlei neurologische stoornissen die aan epilepsie doen denken. Spierkrampen, verwijde pupillen, bewusteloosheid en zelfs coma. Een deel krijgt last van een vertraagde hartslag als gevolg door zuurstof gebrek en daling van de lichaamstemperatuur. Ook overmatig speekselen, braken en last van constipatie of juist diarree. Tengevolge van deze vergiftigingsverschijnselen kan de hond zelfs overlijden.

Bij andere rassen heeft dit te maken met een defect in het DNA op het zogenaamde MDR1-locus (Mutiple Drug Resistance). Dit gen is echter niet bij de Bearded Collie aangetoond. Er zijn echter wel beardies die overgevoelig reageren op de volgende geneesmiddelen:


Acepromazine; verdovingsmiddel


Butorphanol; pijnstiller


Cyclosporineter; onderdrukking van het immuunsysteem, gebruikt bij allergische reacties


Digoxinter; versterking van de hartfunctie


Domperidone; tegen misselijkheid en maagklachten


Doxorubicin; celgroeiremmer


Etoposide; celgroeiremmer


Ivermectin; tegen parasieten als luizen, mijten en wormen


Loperamide; bestrijding diaree


Mitoxantrone; celgroeiremmer


Morphine; verdovingsmiddel, vooral pijnbestrijding


Ondansetron; ter bestrijding van misselijkheid en braken


Paclitaxel; celgroeiremmer


Quinidine; tegen hartritmestoornissen


Rifampicine; anti-biotica


Vinblastine; celgroeiremmer


Vincristine; celgroeiremmer